Werk laagdrempelig

Een handvat bij het toegankelijk maken van het aanbod zijn de 9 B’s. Deze B’s werden ontwikkeld om aan te geven welke aspecten belangrijk zijn voor een goede toegankelijkheid tot dienstverlening.

Als je als Brede School écht laagdrempelig werkt, benut je deze 9 B’s best als checklist 2.
De 9 B’s van toegankelijkheid

Bereikbaarheid

Bereikbaarheid heeft betrekking op de lokalisatie van het aanbod, maar ook over informatie erover.

  • Waar is de organisatie?
  • Hoe is het onthaal georganiseerd?
  • Zijn er aanspreekpersonen? Zijn die gekend/zichtbaar?
  • Is duidelijk aan de ingang welke organisatie achter de deur verscholen zit?

Ik vind het belangrijk om goed te kunnen uitleggen waar een activiteit precies is: welke tram ze moeten nemen, hoe het gebouw eruit ziet, … Dat helpt. Het is eigenlijk heel visueel omschrijven waar ze moeten zijn en waarover het gaat. In de communicatie moet je niet te voorzichtig zijn, of te vaag. Heel concreet en direct communiceren. Duidelijkheid is belangrijk.(Brede School Helmet, Schaarbeek)

Beschikbaarheid

Beschikbaarheid wil zeggen dat het aanbod beschikbaar is zonder voorafgaande toelatingsvereisten, maar ook dat stabiele, persoonlijke relaties kunnen uitgebouwd worden met de begeleiding.

  • Welke kanalen zijn er?
  • Zijn er procedures om mensen te helpen?
  • Hoe worden de uren georganiseerd?

Er zijn heel veel ateliers die georganiseerd worden, maar de vraag is verdubbeld. We merken dat kwetsbare ouders vaak te laat zijn, of niet goed de organisaties durven benaderen. Ik probeer hen te helpen door te bellen en te informeren of er nog plaatsen zijn. (Bres, Jette)

Betaalbaarheid

Is de actie betaalbaar, is de prijs volgens de organisator betaalbaar of ook volgens zij voor wie het bedoeld is? Wat krijg je voor het bedrag dat je betaalt? Hoe wordt omgesprongen met betaalbaarheid?

  • Is er gecommuniceerd over de bijdrage?
  • Is er een alternatief?
  • Is het financiële aspect duidelijk?

Het financiële is een drempel. Vaak is er discussie: moeten we symbolisch een kleine bijdrage vragen of niet? We variëren dus in het aanbod van activiteiten: sommige activiteiten zijn gratis, andere activiteiten zijn betalend. Maar de meeste activiteiten zijn sowieso gesubsidieerd. Bijvoorbeeld voor muziek is de eigenlijke prijs 45 euro voor 10 lessen maar kinderen kunnen deelnemen voor 15 euro voor 10 lessen. (Brede School Helmet, Schaarbeek)

Bruikbaarheid

Bruikbaarheid houdt verband met het aanbod: verandert dat iets concreet? Vinden mensen er ondersteuning in door deel te nemen?

  • Voor wie is het aanbod bedoeld?
  • Speelt het aanbod in op vragen/noden?

We leveren maatwerk. Op maat van kinderen en ouders doen we een aanbod. Sommige ouders hebben ondersteuning nodig om bijvoorbeeld te leren hoe je de ontwikkeling kan stimuleren. Andere ouders hebben daar weer minder nood aan, maar hebben nood aan informatie over het buitenschoolse aanbod. (BS GO! Europaschool, Genk)

Begrijpbaarheid

  • Is duidelijk wat aangeboden wordt en waarom?
  • Zorgt het aanbod ervoor dat mensen zelf hun eigen situatie in handen kunnen nemen?
  • Is het transparant?

In de zomer organiseren we vakantieworkshops. Voor de zomervakantie geeft de Brede Schoolcoördinator samen met de brugfiguren aan de hand van foto’s uitleg over het aanbod. Er wordt ingegaan op het vrijetijdsaanbod dat ouders al kennen, wat ze zelf leuk vinden, wat leuk zou zijn voor hun kinderen. Het is een gesprek, op informele wijze. Het gaat over vrije tijd, wat het betekent, wat de waarde ervan is: sociale vaardigheden, leren, plezier, …. Samen met de brugfiguur hebben we een presentatie over vrije tijd gemaakt. Veel ouders kennen onze invulling van vrije tijd niet en zien hier geen meerwaarde in. Vrije tijd is toch eerder een middenklasseverhaal, de sterkere ouders vinden het belangrijk dat kinderen in hun vrije tijd activiteiten doen. (Brede School Brugse Poort, Gent)

Betrouwbaarheid

  • In welke mate ziet de gebruiker de Brede School als betrouwbaar? De betrouwbaarheid heeft op zijn beurt een invloed op de mentale drempels, zoals angst omwille van vooroordelen.

Bekendheid

  • Is het aanbod voldoende bekend bij de beoogde doelgroep?

Begripvol

  • Is er aandacht voor culturele gevoeligheden?
  • Wordt er erkenning gegeven aan het feit dat iedereen vanuit een eigen referentiekader naar situaties kijkt?
    Als je begrip toont voor de leefwereld van iemand anders, kan dat ook de drempel naar het aanbod verlagen.

Betreedbaarheid

  • Mag de gebruiker van het aanbod deelnemen met al zijn aspecten van identiteit (een hoofddoek, pet, pruik, tatoeage, piercing, kledij,…) of moet de gebruiker zich aanpassen?